Avondmaal
Het vieren van de ‘maaltijd van de Heer’ is vanaf de oorsprong van de kerk de gewoonte van de christenen. Het herinnert aan de keren dat Jezus het brood deelde met de mensen om hem heen, in het bijzonder aan de laatste (avond-)maaltijd die Hij hield met zijn vrienden op de avond voor zijn terechtstelling en kruisdood. Op de dag van zijn opstanding (‘de dag des Heren’, de zondag) kwamen zijn volgelingen samen om brood en wijn te delen als teken van hun onderlinge gemeenschap en blijvende verbondenheid met hun gekruisigde en opgestane Heer. In de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs vinden we een beschrijving daarvan. Daarnaast geldt het avondmaal als een teken dat vooruitwijst naar het komende rijk van vrede en gerechtigheid waarin iedereen mag delen in de goedheid van de Heer.
In de loop der eeuwen is het nodige veranderd met betrekking tot de avondmaalsviering. Anders dan de katholieke kerk, die iedere zondag eucharistie vieren, gebeurt dat in de protestantse traditie minder vaak. In onze gemeente vieren we ongeveer één keer in de zes weken avondmaal. Iedereen die zicht uitgenodigd weet, mag daaraan meedoen. Ook de kinderen. Voor hen is er in plaats van wijn druivensap.
In de meeste gevallen vieren we in de Opstandingskerk lopend avondmaal: Door het middenpad komen de gemeenteleden naar voren en krijgen brood en wijn aangereikt. Degene die uitdeelt, doet dat met de woorden ‘het brood van Christus’ of ‘het bloed van Christus’ of vergelijkbare woorden. Degene die ontvangt, zegt Amen, als teken van instemming en geloof. Een aantal keren per jaar wordt avondmaal staand in de kring gevierd. Dan geven we aan elkaar brood en wijn/sap door.
|